Insuline toedienen met een insulinepomp


Bij type 1 diabetes moet iemand zelf insuline toedienen. Het lichaam maakt namelijk geen insuline meer aan. Insuline toedienen kan met een insulinepomp. Dit is een apparaatje dat in kleine hoeveelheden insuline in het lichaam brengt. Er zijn verschillende soorten insulinepompen. Met je diabetesteam kies je wat bij je past.

Hoe werkt een insulinepomp?

Een insulinepomp is een apparaatje met kortwerkende insuline dat je altijd bij je draagt. De pomp zit met een klein plastic slangetje in de huid: de canule, het kathetertje of het infuusje. Deze vervang je iedere drie of zeven dagen. De tijd is afhankelijk van de insulinepomp en het kathetertje dat je gebruikt.

Sommige insulinepompen kun je in je broekzak dragen. Tussen het kathetertje en de pomp zit dan een langer slangetje. Andere insulinepompen draag je direct op de huid. Deze bedien je vaak met een draadloos apparaatje of via je mobiele telefoon.
 

Basale insuline en bolus


Een insulinepomp heeft één soort insuline. Dit is altijd een kortwerkende insuline. Het apparaatje geeft de insuline op twee manieren:

  • Basale insuline. Dit is insuline die de pomp doorlopend in kleine beetjes toedient. Het is te vergelijken met langwerkende insuline bij gebruik van een insulinepen. Maar bij een pomp is de hoeveelheid basale insuline over de hele dag aan te passen aan wat je nodig hebt.
     
  • Insuline met een bolus. Op ieder moment kan je met een insulinepomp extra insuline toedienen. Dit gaat met een paar keer drukken op de toetsen van de pomp. Dit heet: een bolus. Een bolus toedienen noemen we ook wel: bolussen. Een bolus toedienen doe je bijvoorbeeld als je iets eet met koolhydraten of om een hoge bloedglucose op te lossen.
     

De boluscalculator of boluswizard


Om te bepalen hoeveel insuline nodig is voor een bepaald aantal koolhydraten of een hogere bloedglucose, hebben veel insulinepompen een handig systeem. Dit heet: een boluscalculator of boluswizard. Het is een ingebouwd programmaatje dat precies berekent hoeveel insuline nodig is. Hiervoor stel je in welke bloedglucose je hebt en hoeveel koolhydraten je gaat eten. De bolus die de pomp adviseert kun je hierna zelf toedienen.
 

Een insulinepomp en glucosesensor


Veel insulinepompen zijn tegenwoordig te koppelen aan een glucosesensor. De sensor meet je bloedglucosewaarde in je bloed, en geeft dit door aan je pomp. Die gebruikt de gegevens dan voor zijn boluscalculator of boluswizard.

Sommige insulinepompen kunnen met de waardes van continue glucosemonitoring (CGM) zelf bepalen hoeveel insuline ze toedienen. Dit heet ook wel: een hybrid closed loop. De pomp past de basale insuline zelf aan de bloedglucose aan en geeft als dat nodig is een kleine extra bolus.  

Een nog verdergaand geautomatiseerd systeem is dat van Automated Insulin Delivery (AID). Dit systeem geeft automatisch insuline op basis van je glucosewaarden. Het systeem past de insuline steeds aan, zodat je bloedglucose stabiel blijft. Dit maakt je glucoseregeling makkelijker en helpt om pieken en dalen te voorkomen. Voor (grotere) maaltijden moet je nog wel zelf extra insuline geven.
 

Hoe draag je de insulinepomp?


Een insulinepomp heb je altijd bij je. Het verschilt per soort pomp hoe je deze mee kunt nemen:

  • Een insulinepomp met slangetje. De pomp kan in een broekzak. Daarnaast zijn er klemmen om de pomp aan de broekband of riem vast te maken. Of aan de beha bij het dragen van een jurkje. Deze klemmen zijn vaak verkrijgbaar via de fabrikant van de pomp of de leverancier van diabeteshulpmiddelen. Er bestaan ook speciale beschermbanden, tasjes en hoesjes voor verschillende insulinepompen. Sommige leveranciers van hulpmiddelen verkopen deze. Er zijn ook speciale bedrijfjes die deze producten verkopen.
     
  • Een draadloze insulinepomp. De pomp zit vast op het lichaam. Dit kan op verschillende plekken. Het is wel prettig als je zelf goed bij de pomp kunt. Vaak gebruik je een los apparaatje om de pomp te bedienen. Deze kun je los meenemen, bijvoorbeeld in een broekzak of tas.
     

Voordelen van een insulinepomp

Bij Diabeter zetten we ons in voor een passende behandeling voor iedereen met type 1 diabetes. Wij adviseren inzet van diabetestechnologie, zoals een insulinepomp. Dit komt omdat mensen bij ons onder behandeling betere glucosewaarden hebben als ze een insulinepomp gebruiken.

Hoe meer technologie iemand gebruikt, hoe beter het lukt om de diabetesdoelen te halen. Bijvoorbeeld een HbA1c van 7,0 mmol/l.
 

De belangrijkste voordelen van een insulinepomp


Naast een betere regeling van de bloedglucose, zijn er meer voordelen. Bijvoorbeeld:

  • De basale insuline is makkelijk aan te passen. De behandeling sluit hierdoor beter aan bij de dingen die je doet op een dag. Zo kun je de basale insuline verlagen als je gaat sporten.
     
  • Een vast dagritme is minder belangrijk. Met een insulinepomp bolus je precies voor de koolhydraten die je eet. Je bent niet gebonden aan een vast aantal koolhydraten op een vast moment. Regelmaat helpt wel bij het regelen van de bloedglucose.
     
  • Insuline is meer precies toe te dienen. Bij langwerkende insuline in een insulinepen spuit je 1x per dag. Je lichaam neemt de insuline gelijkmatig op. Een insulinepomp is in te stellen per moment van de dag. Bijvoorbeeld als je 's nachts minder insuline nodig hebt dan overdag.
     
  • Insuline toedienen kan in kleinere hoeveelheden. Een insulinepomp kan vaak insuline toedienen in stappen van 0,025 eenheden. Bij een insulinepen is dit minstens 0,5 eenheid. Vooral bij kinderen is dit handig, omdat zij vaak nog maar weinig insuline gebruiken.
     

Voorwaarden voor een insulinepomp


Iedereen met type 1 diabetes komt in aanmerking voor vergoeding van een insulinepomp. Belangrijk daarbij is wel de medische motivatie van je behandelteam richting je zorgverzekeraar.

Bij Diabeter zien we de voordelen van de inzet van insulinepompsystemen. 

Nadelen van een insulinepomp


Het gebruik van een insulinepomp heeft veel voordelen. Toch zijn er ook dingen die minder prettig zijn aan een insulinepomp. Bijvoorbeeld:

  • Er zit een apparaatje aan je lichaam. De insulinepomp kan soms goed zichtbaar zijn.
     
  • Insuline toedienen moet op verschillende momenten. Ook als het niet goed uitkomt, is het belangrijk om insuline te geven.
     
  • De insulinepomp kan technische problemen hebben. Bij een storing of verstopping van het slangetje, komt de insuline niet goed in het lichaam. Hier moet je altijd op letten.

Een insulinepomp kiezen


Er zijn veel verschillende insulinepompen. Deze hebben allemaal voordelen en nadelen. Het is belangrijk om met je diabetesverpleegkundige te bepalen of een insulinepomp bij je past. Ook kijk je met je diabetesteam welke insulinepomp het best past in jouw situatie.

Om je te helpen, maakte Diabeter de Keuzehulp voor diabetes technologie. Probeer ook eens de kieswijzer voor insulinepompen van Bosman

Veilig gebruik

Een insulinepomp is een handig hulpmiddel bij type 1 diabetes. Wel moet je zelf op een paar dingen letten als je een insulinepomp gebruikt.

Het is belangrijk om instructies van je diabetesteam en de fabrikant van de insulinepomp goed op te volgen.

Insuline en infuusje regelmatig vervangen


De insuline in de pomp en het infuusje waarmee de insuline in je lichaam komt, moet je regelmatig vernieuwen. Diabeter houdt voor infusiesets een gebruiksperiode aan van drie dagen. Met de tijdige wisselingen verklein je de kans op ontstekingen en huidproblemen. Het lichaam verdedigt zich tegen dingen die er niet in horen te zitten. Het infuusje hoort eigenlijk niet bij je lichaam, waardoor je lichaam het eruit wil hebben. 

Daarnaast gaat insuline na een aantal dagen minder goed werken. Het is niet oneindig houdbaar. Omdat je de insulinepomp dicht tegen je lichaam draagt, warmt de insuline op. Dit beperkt de houdbaarheid. Vervang de insuline daarom om de paar dagen.

Vergeet je de insuline of het infuusje regelmatig te vervangen? Vul de pomp dan met minder insuline. De hoeveelheid kun je afstemmen op de hoeveelheid die je normaal in drie dagen opmaakt. Is de insuline op? Dan vervang je het infuusje en de insuline tegelijk.
 

Wissel infuusplekken af


De plek waar je het infuusje van de pomp plaatst, is belangrijk. Het beste is om deze op je buik, billen of benen te plaatsen. Sommige mensen gebruiken ook andere delen van het lichaam. Het belangrijkste is om steeds een andere plek te kiezen. Zo voorkom je een vetophoping onder de huid.

Hierbij komt de insuline niet meer gelijkmatig in het lichaam. Ook helpt het wisselen van infuusplekken tegen littekens.

Let op pompfouten en infuusproblemen


Door fouten in de pomp of problemen met het slangetje of infuusje, kan het gebeuren dat je plots geen insuline in je lichaam krijgt. De meeste mensen kunnen maximaal twee uur zonder insuline. Het is daarom belangrijk om altijd een insulinepen mee te nemen als je van huis gaat. In noodgevallen kun je dan insuline spuiten.

Krijg je langere tijd geen insuline? Dan kan je lichaam geen glucose uit het bloed halen. Het probeert op andere manieren aan energie te komen, bijvoorbeeld door vetten te verbranden. Hierbij komt een vervelend stofje vrij: ketonen. Deze verzuren het bloed en maken je ziek. Dit heet: ketoacidose. Je lichaam heeft op zo'n moment snel insuline nodig.

Hoe je omgaat met hoge bloedglucosewaarden en ketonen, bespreek je met je diabetesteam. In noodgevallen kunnen mensen die onder behandeling zijn bij Diabeter bellen met de Spoedlijn.

 

Zet de eerste stap naar een beter diabetesmanagement met de gepersonaliseerde, uitgebreide zorg van Diabeter.


Wij zijn er voor je
 

Start je behandeling bij Diabeter

Iemand met diabetes doorsturen

 

Essentiële diabetes tips
Alles over leven met type 1 diabetes
Type 1 Diabetes
Type 1 diabetes: Wat is het?
De behandeling van type 1 diabetes
De juiste behandeling met Diabeter
Complicaties door type 1 diabetes
Herken en voorkom complicaties
Hypo's en Hypers
Wat zijn hypo's en hypers?
Is diabetes erfelijk?
Aanleg of erfelijkheid bij diabetes?
Kind en Diabetes
Handvatten voor ouders en kinderen
Diabetes en voeding
Maak het verschil met gezonde voeding
Diabetes en sport
Sporten met type 1 diabetes
Diabetes en school
Gewoon naar school met type 1 diabetes
Diabetes en slaap
Goede nachtrust ondanks diabetes
Type 1 diabetes en vakantie
Prettig op vakantie met onze tips
Vlak na de diagnose
Wat er gebeurt na de eerste diagnose
Behandeling met insuline pen
Behandeling met insulinepen
Behandeling met insuline pomp
Diabetes behandelen met pomp
Continue glucosemonitoring (CGM)
Continue glucosemonitoring bij type 1 diabetes
Keuzehulp techniek type 1 diabetes
Toegang tot al uw diabetesgegevens in één handige app.
MODY
Wat is monogenetische diabetes?
Verzekerde zorg
Diabeter en zorgvezekeringen