Insuline spuiten bij type 1 diabetes

Behandeling met insulinepen
Mensen met type 1 diabetes moeten zelf insuline toedienen, omdat het lichaam geen insuline meer aanmaakt. Dit kan door meerdere keren op een dag te spuiten met een insulinepen. Er zijn verschillende soorten insulinepennen. Met je diabetesteam bepaal je de keuze voor een insulinepen.
Goed om te weten
Verschillende insulinepennen
Insulinepennen zijn er in verschillende soorten. Sommige pennen hebben speciale kenmerken die het spuiten makkelijker maken.
Verschillende naaldjes
Om te spuiten met een insulinepen, gebruik je een naaldje. De lengte van de naald verschilt.
Veilig insuline spuiten
Insuline spuiten kan in de buik, de billen of het bovenbeen. Zorg altijd voor schone handen en een schone spuitplek.
Slimme insulinepennen
Bedrijven die insulinepennen maken, proberen deze steeds verder te verbeteren. Bijvoorbeeld met een koppeling aan een glucosesensor.
Verschillende insulinepennen
Een insulinepen is een soort dikke vulpen, maar dan met insuline in plaats van inkt. Met een klein naaldje aan de pen, spuit iemand met type 1 diabetes insuline in het lichaam.
Er bestaan verschillende soorten insulinepennen. De insuline die je gebruikt, bepaalt voor een groot deel welke insulinepen je kunt gebruiken.
Navulbaar of wegwerp
Insulinepennen bij type 1 diabetes zijn in te delen in 2 groepen:
- Navulbare insulinepennen. Ook wel: insulinepen met penfill. Deze insulinepen is standaard leeg. Je vult deze zelf met een buisje insuline: de ampul. Is de pen leeg? Dan vervang je de ampul.
- Wegwerppennen. In deze insulinepen zit al insuline. Is de pen leeg? Dan gooi je deze weg en begin je aan een nieuwe insulinepen.
Makkelijk en nauwkeurig
Iedere insulinepen heeft eigen kenmerken. Sommige kenmerken zijn belangrijk om te bepalen welke insulinepen bij je past. Bijvoorbeeld:
- de stapgrootte. Sommige pennen kun je per 0,5 eenheid insuline instellen. Bij anderen is dit 1 eenheid insuline. Voor iemand die weinig insuline gebruikt, werkt een insulinepen met een stapgrootte van 0,5 eenheid beter.
- een geheugenfunctie. Bij sommige pennen is zichtbaar wanneer het laatste gespoten is met de pen. Dit is een prettige herinnering voor mensen die soms vergeten of ze al gespoten hebben.
- de soort doseerknop. De knop waarmee je de hoeveelheid insuline instelt, verschilt per insulinepen. Bij sommige pennen draait deze een stukje uit de pen bij het instellen. Dit is onprettig bij problemen met de handen, zoals neuropathie door type 1 diabetes.
Verschillende naaldjes
Om insuline in het lichaam te spuiten, is een naaldje nodig. Bij de meeste insulinepennen draai of klik je een naaldje op de pen. Bij iedere keer spuiten gebruik je een nieuw, schoon naaldje.
Er zijn verschillende soorten naaldjes. Vooral de lengte verschilt. Zo zijn er naaldjes van 4 of 8 millimeter. Welke lengte het beste werkt, verschilt per persoon.
De diabetesverpleegkundige bepaalt welk naaldje geschikt is voor jou. Dit ligt vooral aan hoe dik het vetlaagje net onder de huid is. Dit heet: subcutaan vet. Bij een dunnere laag subcutaan vet, gebruik je een korter naaldje.
Veilig insuline spuiten
Insuline spuiten gebeurt in het onderhuids vet. Vanuit deze laag onder de huid neemt het lichaam de insuline geleidelijk op. Insuline spuiten gebeurt het liefst in de buik, de billen of het bovenbeen. Hier zit voldoende onderhuids vet om de insuline te spuiten.
De diabetesverpleegkundige legt uit hoe je insuline spuit bij type 1 diabetes. Een goede instructie hierover vind je op de website apotheek.nl.
Regels bij insuline spuiten
Het is belangrijk om voorzichtig te zijn met insuline spuiten bij type 1 diabetes. Let vooral hierop:
- Zorg voor schone handen en een schone spuitplek. Zo verklein je de kans op ontstekingen door het spuiten.
- Gebruik altijd een nieuw naaldje. Ook dit maakt de kans op ontstekingen na het spuiten kleiner.
- Wissel de spuitplekken. Spuit niet vaker achter elkaar op dezelfde plek. Dit voorkomt problemen. Bij vaker op dezelfde plek spuiten, kan vet zich ophopen onder de huid. Dit heet: lipohypertrofie: Als je daar regelmatig spuit doet het wel minder pijn, maar dan wordt de Insuline niet geleidelijk opgenomen. Dit kan zorgen voor wisselende bloedsuikers.
- Voorkom te diep en te ondiep spuiten. Een blauwe plek kan betekenen dat je de insuline te diep spuit. Hierbij raak je bloedvaatjes die dieper onder huid liggen, richting de spieren. Een bult direct na het spuiten, kan betekenen dat je de insuline niet diep genoeg hebt gespoten.
Heb je vragen over insuline spuiten? Bespreek dit met de diabetesverpleegkundige. Deze kan helpen met antwoorden en tips.
Slimme insulinepennen
De technologie van insulinepennen bij type 1 diabetes wordt steeds beter. Verschillende makers van insulinepennen proberen de systemen te verbeteren. Zo bestaan tegenwoordig ook slimme insulinepennen. Deze heeft een ingebouwd geheugen die onthoudt hoeveel insuline je hebt toegediend en hoelang geleden dat was. De insulinepen is gekoppeld aan een glucosesensor en een app op een smartphone.
In Nederland is de Smart InPen met Simplera sensor op de markt. Deze insulinepen wordt echter alleen vergoed aan mensen die ook in aanmerking komen voor vergoeding van een CGM-sensor. Je diabetesverpleegkundige kan je er meer over vertellen.
Zet de eerste stap naar een beter diabetesmanagement met de gepersonaliseerde, uitgebreide zorg van Diabeter.
Wij zijn er voor je
Start je behandeling bij Diabeter
Iemand met diabetes doorsturen